Katheteriseren: aandachtspunten, complicaties en de no-touchtechniek
Katheteriseren is een belangrijke verpleegtechnische handeling. Hierbij wordt een dun slangetje (de katheter) in de blaas gebracht om urine af te voeren. Dit gebeurt wanneer iemand niet goed kan plassen, de blaas niet volledig leegt of wanneer er risico is op nierschade door hoge druk in de blaas. Katheteriseren komt veel voor in de zorg en vraagt om zorgvuldige, veilige uitvoering.
Verschillende soorten katheters
Afhankelijk van de situatie wordt er een passende katheter gekozen.
Eenmalige katheter: kort ingebracht om de blaas te legen, daarna direct verwijderd.
Verblijfskatheter: blijft langere tijd in de blaas zitten en wordt met een ballonnetje op zijn plaats gehouden.
Suprapubische katheter: via een kleine opening in de buik geplaatst, meestal door een arts.
Katheteriseren in de praktijk
De exacte uitvoering verschilt per type katheter, cliënt en zorgorganisatie. Volg als zorgprofessional daarom altijd het actuele organisatieprotocol, de gebruiksaanwijzing van de fabrikant en de geldende richtlijnen.
Je bereidt de materialen voor, past handhygiëne toe en reinigt het gebied rond de plasbuis. Vervolgens breng je de katheter volgens het protocol in. Na controle van de urineafvoer verwijder je de katheter of sluit je deze aan op een opvangsysteem. Eventuele bijzonderheden leg je vast in het cliëntdossier.
Belangrijke aandachtspunten en complicaties
Bij mannen vraagt katheteriseren extra aandacht door langere en gebogen plasbuis. Bij vrouwen kan het lokaliseren van de plasbuis extra aandacht vragen. Voor iedereen geldt dat goede handhygiëne, een zorgvuldige werkwijze en de juiste techniek belangrijk zijn om infecties, pijn en beschadiging te voorkomen.
Tijdens het gebruik van een katheter kunnen complicaties ontstaan. Kathetergerelateerde urineweginfecties komen vooral voor bij verblijfskatheters en verhogen de ziektelast. Ook kan de urineafvoer worden belemmerd door slijm, bloed, korstvorming of een knik in de katheter. Andere mogelijke problemen zijn lekkage, pijn en blaaskrampen. Beoordeel bij klachten altijd de mogelijke oorzaak en volg het geldende protocol.
Technieken voor het inbrengen
Bij het inbrengen van een katheter kun je steriel of schoon werken.
Steriel inbrengen
Je werkt volledig steriel: steriele materialen, steriele handschoenen en een steriel veld. Dit verkleint het infectierisico zo veel mogelijk. Voorbeelden zijn de steriele techniek en de aseptische techniek.
Schoon inbrengen
Je werkt hygiënisch maar niet volledig steriel. De katheter is steriel, maar het werkveld en de handschoenen niet. Voorbeelden:
No‑touch techniek: Tijdens het inbrengen raak je het gedeelte van de katheter dat in de cliënt achterblijft niet met je handen aan. Je kunt hiervoor bijvoorbeeld de verpakking of een geschikte inbrenghulp gebruiken.
Schone techniek: steriele katheter, onsteriele handschoenen en reinigen met leidingwater.
No-touch: veilig katheteriseren volgens de richtlijn
Het vernieuwde Vilans‑protocol (2024) legt de nadruk op de no‑touch techniek.
‘No-touch’ betekent letterlijk: niet aanraken. Bij deze techniek voorkom je de overdracht van micro-organismen door steriele of gedesinfecteerde materialen niet in contact te laten komen met niet-steriele materialen of de huid.
Tijdens het katheteriseren raak je daarom het gedeelte van de katheter dat in de cliënt achterblijft niet met je handen aan. Je kunt hiervoor bijvoorbeeld de verpakking of een geschikte inbrenghulp gebruiken. Steriele handschoenen zijn hierdoor niet nodig; je werkt met niet-steriele handschoenen en volgt altijd het actuele protocol van jouw organisatie.
Volg de training verpleegtechnische handelingen via Zorgwerk
Werk je als verzorgende IG of verpleegkundige, dan moet je deze handelingen niet alleen kennen, maar ook bekwaam zijn om ze veilig uit te voeren. Daarom biedt Zorgwerk de training verpleegtechnische handelingen, waarin je onder begeleiding oefent met onder andere katheteriseren, wondzorg, injecteren, maagsonde, stomazorg en compressief zwachtelen.
Zorgwerk vindt het belangrijk dat je deze handelingen iedere drie jaar opnieuw traint, zodat je aantoonbaar voldoet aan de eisen én jezelf bekwaam voelt om ze volgens de richtlijnen uit te voeren.